Festivalreport, part 2: DOUR (verslag 17 en 18 juli)
Vorig jaar had Dour af te rekenen met enorme groeipijnen (de Amerikanen van The Rapture vonden de geur van de wei (''Jesus, this place stinks'') niet harden, de festivalweide was na vier dagen herschapen in één grote vuilnisbelt, de campings zaten woensdagavond al stampvol,...) maar dit jaar verdient de organisatie een dikke pluim. Een organisatie die zich kan meten met de grote Vlaamse festivals, en wederom een hele hoop boeiende artiesten op de festivalbill. Wat wij uit de ellenlange lijst artiesten (naar schatting 250) haalden en keurden, leest u hieronder!
DONDERDAG//Aan de vier dagen Dour begonnen we met kersverse Humo's Rock Rally-winnaars Steak Number Eight, in amper vier maanden uitgegroeid tot één van onze favoriete Belgische bands. Van het furieze riff-festijn op hun debuutplaat zijn we nog steeds niet bekomen, en live waren ze de twee vorige keren absolute klasse. Helaas was het op Dour een stuk minder: door het slechte geluid konden we opener The sea is dying twee keer horen, en de vervangende drummer (wegens polsbreuk bij Joris Casiers) deed meerdere nummers geen eer aan. Achja, we bedekken dit graag me de mantel der liefde, hun live-klasse zien we toch nog genoeg in de toekomst. Daarna een kwartiertje The Teenagers in de Eeastpak Core-tent; catchy genoeg om te boeien, maar ook niet meer dan dat. Op het grote podium, The Last Arena in Dourtermen, was het omstreeks zessen de beurt aan Foals, de poppy equivalent van BATTLES. Ondanks de regen kreeg de band het Dourpubliek, inclusief onszelve, goed mee. Het groovy gitaarwerk werd aangevuurd door een sterke ritmesectie en zorgde meteen voor een eerste hoogtepunt. Deze jongens zien we nog terug. In de Dance Hall konden we daarna de benen losgooien bij een zéér degelijke dj-set van Compuphonic, maar zij werden ruimschoots geklopt door Moonbootica, net erna in diezelfde Dance Hall. De Duitsers (dj en Duits, wordt stilaan een synoniem) lieten de tent zonder moeite kolken, en tegen dat afsluitende bom Song 2 (van Blur) door de boxen schalde waren wij al lang overtuigd van hun kunnen.
Wij keken enorm uit naar de enige Belgische festivalshow dit jaar van Allison Goldfrapp en band, maar, mede door het tegenvallende weer, werden we nooit warm van haar set. De nieuwe langspeler van de groep, 'Seventh Tree', bevatte intimistische folkpareltjes, maar live valt dat niet echt te lijmen met de stomende synthsound van de vorige platen. Met het gevolg dat topnummers als A&E (vanop 'Seventh Tree'), Train (van 'Black Cherry') en Number One en Ooh la la (vanop 'Supernature) niet de beste omkadering meekregen. Klinkende revanche in een zaal, Allison? Daarna trokken wij voor het onverwoestbare Kernkraft 400 naar Zombie Nation, maar wat bleek: in de laatste drie kwartier was er geen spoor van te bekennen. Zou het dan toch zijn dat Zombie Nation het nummer speelde terwijl wij nog bij Goldfrapp stonden? YouTube brengt de komende dagen raad. In de Club Circuit Marquee daarna een klein stukje Franstalige rap gezien (Hocus Pocus), maar die boeide ons niet echt. De dag afsluiten deden wij met stukjes dj-set van Ellen Allien en Birdy NamNam. Waar de eerste met minimale elektro het publiek moeiteloos in de ban houdt, kiest Birdy NamNam voor de meer rechtoe-rechtaan aanpak. Een soort kruising tussen Chemical Brothers, Digitalism en Switch, waarvan we aardig onder de indruk raakten. Een mooie afsluiter voor een boeiende eerste festivaldag!
VRIJDAG// Openen deden we met The Germans, vier sympathieke Vlaamse jongens die uit hun instrumenten een mix sleuren van Millionaire en toegankelijke Einstürzende Neubauten. Sterk optreden, enkel nog wat te vroeg op de dag. In La Petite Maison begon Ultraphallus naar het schijnt met een doorrazenede Nirvana-cover (Drain you), maar tegen dat wij toekwamen was alle vaart wat uit het optreden verdwenen. De noiserock van de Waalse band verdween in een oeverloze brij waarvan we het einde niet meteen zagen. Ook genregenoten Future Of The Left en Harvey Milk even later kregen geen snelheid in hun Dour-sets, en zullen bijgevolg ons niet te lang bijblijven. Tot na deze review, om eerlijk te zijn. De Vlaamse stoner van Triggerfinger zette de hele Club Circuit Marquee in vuur en vlam, maar ook zij lieten ons grotendeels koud. Commotion en On my knees, daarmee moeten we het stellen. Wij hebben de band al in betere doen gezien, al zullen de aanwezigen in de tent ons in alle talen tegenspreken. Pinback daarentegen bezorgde ons de eerste goede set van de dag. De Amerikaanse indierockband kwam traag op gang, maar eenmaal op een deftig niveau bleven ze daar wel een heel optreden camperen. Zanger Rob Crow leek in zijn bindteksten wel een halfbroer van Soulfly-voorman Max Cavalera, maar in zijn genietbare popsongs was zijn bij wijlen iele stemmetje zeer welkom na het luide geweld bij de groepen ervoor. Op hetzelfde podium zagen wij daarna Jasper Steverlinck en co, aka Arid, verschijnen. Steverlinck, wat is die jongen trouwens gezegend met een stem als een klok, floot na enkele sabbatjaren zijn oude bandmaten terug bijeen, en de reunietournee leverde dus een 'greatest hits' aangevuld met nieuw materiaal op. En hitjes, daar hebben ze er nogal wat van; Wintertime, Believer, Too late tonight, You are, Life,... Aangenaam concert, maar echt warm werden we er ook niet van. Neen, dan liever The Notwist. De Duitsers spelen bezwerende indietronics en indierock wars van alle Teutoonse tradities, en met een mooie lightshow en nodige animo op het podium (instrumenten werden o.a. bediend met een Wii-controller) tilden ze het optreden moeiteloos boven het middelmatige vrijdagniveau. Een klein uurtje later plaatste BATTLES nog makkelijker alle voorgaande optredens in de schaduw. Het hippe Amerikaanse viertal, aangevuurd door magistrale drummer John Stanier (ex-Helmet, Tomahawk en Sludgehammer), veranderden de frontstage in minder dan geen tijd (vijftien seconden om precies te zijn) in een woest krioelende massa en vuurden de ene ratelende na de andere roffelende song af. Swingender vind je niet in de rockwereld. Triomftocht zonder weerga. In de Eastpak Core tent konden we daarna terecht bij Surkin, Franse dj en geldend als groot talent. En talent heeft 'ie zeker. Wij merkten onder andere de electroklassiekers Sound of C en Theme from discotheque op, en verder nummers van onder andere Justice en eigen werk als Radio Fireworks. Een sterke set dus, wat niet kan gezegd worden van Boys Noize. Hebben we 'm een keer te veel aan het werk gezien, of was hij echt zo slap? &Down stuitert nog steeds vrolijk en hard op en neer, maar voor de rest hebben we het wel gezien met het huidge Boys Noize-werk. Tijd voor nieuw materiaal, Alex!
DONDERDAG//Aan de vier dagen Dour begonnen we met kersverse Humo's Rock Rally-winnaars Steak Number Eight, in amper vier maanden uitgegroeid tot één van onze favoriete Belgische bands. Van het furieze riff-festijn op hun debuutplaat zijn we nog steeds niet bekomen, en live waren ze de twee vorige keren absolute klasse. Helaas was het op Dour een stuk minder: door het slechte geluid konden we opener The sea is dying twee keer horen, en de vervangende drummer (wegens polsbreuk bij Joris Casiers) deed meerdere nummers geen eer aan. Achja, we bedekken dit graag me de mantel der liefde, hun live-klasse zien we toch nog genoeg in de toekomst. Daarna een kwartiertje The Teenagers in de Eeastpak Core-tent; catchy genoeg om te boeien, maar ook niet meer dan dat. Op het grote podium, The Last Arena in Dourtermen, was het omstreeks zessen de beurt aan Foals, de poppy equivalent van BATTLES. Ondanks de regen kreeg de band het Dourpubliek, inclusief onszelve, goed mee. Het groovy gitaarwerk werd aangevuurd door een sterke ritmesectie en zorgde meteen voor een eerste hoogtepunt. Deze jongens zien we nog terug. In de Dance Hall konden we daarna de benen losgooien bij een zéér degelijke dj-set van Compuphonic, maar zij werden ruimschoots geklopt door Moonbootica, net erna in diezelfde Dance Hall. De Duitsers (dj en Duits, wordt stilaan een synoniem) lieten de tent zonder moeite kolken, en tegen dat afsluitende bom Song 2 (van Blur) door de boxen schalde waren wij al lang overtuigd van hun kunnen.
Wij keken enorm uit naar de enige Belgische festivalshow dit jaar van Allison Goldfrapp en band, maar, mede door het tegenvallende weer, werden we nooit warm van haar set. De nieuwe langspeler van de groep, 'Seventh Tree', bevatte intimistische folkpareltjes, maar live valt dat niet echt te lijmen met de stomende synthsound van de vorige platen. Met het gevolg dat topnummers als A&E (vanop 'Seventh Tree'), Train (van 'Black Cherry') en Number One en Ooh la la (vanop 'Supernature) niet de beste omkadering meekregen. Klinkende revanche in een zaal, Allison? Daarna trokken wij voor het onverwoestbare Kernkraft 400 naar Zombie Nation, maar wat bleek: in de laatste drie kwartier was er geen spoor van te bekennen. Zou het dan toch zijn dat Zombie Nation het nummer speelde terwijl wij nog bij Goldfrapp stonden? YouTube brengt de komende dagen raad. In de Club Circuit Marquee daarna een klein stukje Franstalige rap gezien (Hocus Pocus), maar die boeide ons niet echt. De dag afsluiten deden wij met stukjes dj-set van Ellen Allien en Birdy NamNam. Waar de eerste met minimale elektro het publiek moeiteloos in de ban houdt, kiest Birdy NamNam voor de meer rechtoe-rechtaan aanpak. Een soort kruising tussen Chemical Brothers, Digitalism en Switch, waarvan we aardig onder de indruk raakten. Een mooie afsluiter voor een boeiende eerste festivaldag!
VRIJDAG// Openen deden we met The Germans, vier sympathieke Vlaamse jongens die uit hun instrumenten een mix sleuren van Millionaire en toegankelijke Einstürzende Neubauten. Sterk optreden, enkel nog wat te vroeg op de dag. In La Petite Maison begon Ultraphallus naar het schijnt met een doorrazenede Nirvana-cover (Drain you), maar tegen dat wij toekwamen was alle vaart wat uit het optreden verdwenen. De noiserock van de Waalse band verdween in een oeverloze brij waarvan we het einde niet meteen zagen. Ook genregenoten Future Of The Left en Harvey Milk even later kregen geen snelheid in hun Dour-sets, en zullen bijgevolg ons niet te lang bijblijven. Tot na deze review, om eerlijk te zijn. De Vlaamse stoner van Triggerfinger zette de hele Club Circuit Marquee in vuur en vlam, maar ook zij lieten ons grotendeels koud. Commotion en On my knees, daarmee moeten we het stellen. Wij hebben de band al in betere doen gezien, al zullen de aanwezigen in de tent ons in alle talen tegenspreken. Pinback daarentegen bezorgde ons de eerste goede set van de dag. De Amerikaanse indierockband kwam traag op gang, maar eenmaal op een deftig niveau bleven ze daar wel een heel optreden camperen. Zanger Rob Crow leek in zijn bindteksten wel een halfbroer van Soulfly-voorman Max Cavalera, maar in zijn genietbare popsongs was zijn bij wijlen iele stemmetje zeer welkom na het luide geweld bij de groepen ervoor. Op hetzelfde podium zagen wij daarna Jasper Steverlinck en co, aka Arid, verschijnen. Steverlinck, wat is die jongen trouwens gezegend met een stem als een klok, floot na enkele sabbatjaren zijn oude bandmaten terug bijeen, en de reunietournee leverde dus een 'greatest hits' aangevuld met nieuw materiaal op. En hitjes, daar hebben ze er nogal wat van; Wintertime, Believer, Too late tonight, You are, Life,... Aangenaam concert, maar echt warm werden we er ook niet van. Neen, dan liever The Notwist. De Duitsers spelen bezwerende indietronics en indierock wars van alle Teutoonse tradities, en met een mooie lightshow en nodige animo op het podium (instrumenten werden o.a. bediend met een Wii-controller) tilden ze het optreden moeiteloos boven het middelmatige vrijdagniveau. Een klein uurtje later plaatste BATTLES nog makkelijker alle voorgaande optredens in de schaduw. Het hippe Amerikaanse viertal, aangevuurd door magistrale drummer John Stanier (ex-Helmet, Tomahawk en Sludgehammer), veranderden de frontstage in minder dan geen tijd (vijftien seconden om precies te zijn) in een woest krioelende massa en vuurden de ene ratelende na de andere roffelende song af. Swingender vind je niet in de rockwereld. Triomftocht zonder weerga. In de Eastpak Core tent konden we daarna terecht bij Surkin, Franse dj en geldend als groot talent. En talent heeft 'ie zeker. Wij merkten onder andere de electroklassiekers Sound of C en Theme from discotheque op, en verder nummers van onder andere Justice en eigen werk als Radio Fireworks. Een sterke set dus, wat niet kan gezegd worden van Boys Noize. Hebben we 'm een keer te veel aan het werk gezien, of was hij echt zo slap? &Down stuitert nog steeds vrolijk en hard op en neer, maar voor de rest hebben we het wel gezien met het huidge Boys Noize-werk. Tijd voor nieuw materiaal, Alex!






0 reacties:
Een reactie plaatsen
Aanmelden bij Reacties plaatsen [Atom]
<< Startpagina